Stap 2 van 6
Woning opmeten
Bezoek ter plaatse. Alle maten van de bestaande woning die de dakkapel moet passen — dakhelling, goothoogte, nokhoogte, bouwlagen.
De parameterlijst van deze stap is nog voorlopig — de definitieve lijsten volgen later. De namen zijn wel getypeerd tegen ParameterName, dus een typefout haalt de build niet.
Gemeten aan de onderkant van het dakvlak t.o.v. de vloer. Het dak draait met de onderkant van de raveling om het punt aan de bovekant van de bestaande borstwering buitenkant gevel.
Gemeten aan de onderkant van het dakvlak t.o.v. de vloer. Het dak draait met de onderkant van de raveling om het punt aan de bovekant van de bestaande borstwering buitenkant gevel.
De goothoogte wordt gemeten vanaf de vloer op de begane grond (bouwlaag 1). In de klantversie vragen we dit uit dmv schematische tekeningetjes.
De nokhoogte buiten is de afstand van de grond tot het hoogste punt van het dakbeschot.
De netto woningdiepte is een binnenmaat, dus zonder de dikte van de (dak)dragende buitenmuren mee te rekenen. Deze wordt gemeten loodrecht op de goot (en mag eventueel ook ingeschat worden).
Deze waarde mag ingeschat worden.
Bij een platte pan is het verplicht om verholen goten te nemen.
Dit zijn alle woonlagen die geen bestaande borstwering hebben (ofwel die niet 'onder' de kap zitten).
De stahoogte wordt gemeten tussen de vloer en het plafond.
De 1e zolder is bij zadeldaken de eerste verdieping die aan twee kanten aangesneden wordt door het dakvlak. Bij lessenaarsdaken is de 1e zolder de eerste verdieping die aan één zijde wordt aangesneden door het dakvlak. De verdiepingshoogte wordt gemeten van vloer tot vloer.